Porno

‘Zeg, klopt het dat jij een porno-roman hebt geschreven?’ vroeg iemand mij onlangs per mail. Nou krijg ik wel vaker vreemde mailtjes, maar dit kwam van een medewerker van een vooraanstaand dagblad. Bovendien kreeg ik een half uur later precies dezelfde vraag van een radio-omroep, dus er was wel degelijk reden tot alarm. Ik heb namelijk nog nooit een roman geschreven, en porno ligt bovendien wel erg ver bezijden mijn genre. Terwijl ik  zat te overwegen of ik ooit iets erotisch zou kunnen schrijven, en zo ja wát, ging de telefoon. Het was een goede vriend. “ Zeg….’ zei hij. ‘Wat leuk, dat jij tegenwoordig porno schrijft! Kom ik er in voor?’ Nadat ik hem had teleurgesteld  achterhaalde ik de titel en uitgever van het betreffende boek, en een uurtje later (de moderne techniek staat toch maar voor niks) zat ik met rode oortjes de inhoud op mijn computerscherm te lezen. Eén ding was zeker: dit had ik beslist niet geschreven. Maar wie dan wél?  ‘Genade’ heet het boek, de auteur noemt zich ‘Tina Weemoed’, en de hoofdpersoon is een op hol geslagen kookboekenschrijfster uit de grachtengordel, die op erotisch gebied héél wat meer meemaakt dan ik. Verder vertoon ik blijkbaar meer overeenkomsten met haar dan goed voor mij is, want de mailtjes en sms-jes bleven me om de oren vliegen. ‘Ik ben het niet!’ antwoordde ik telkens. ‘Het is misschien  Tommy Wieringa. Of Geerten Meijsing. Of Kluun. Of een postuum werkje van Martin Bril…’ ‘ Haha, leuk geprobeerd’ schreef iedereen terug. ‘Je bent het wél!’ Toen vloog ik naar Nederland, om de eenvoudige reden dat er zojuist een boek van mijn hand was verschenen, een heel ánder boek, dat ter plekke promotie behoefde. ‘Dat is wel héél toevallig he?’ gniffelde deze en gene. Al tijdens mijn aankomst op Schiphol kolkte een  nieuwe stroom van verdachtmakingen mijn mailboxje binnen. Duizelig van de jetlag arriveerde ik in Amsterdam, en stapte een snackbar binnen voor een lang ontbeerde vaderlandse kroket. Terwijl ik getroost stond te kauwen klonk plots bulderend: ‘Mevrouw Witteman!’ achter mijn rug. ‘ Hééft u dat vieze boek nou geschreven?’ riep een mij onbekende vent hardop tussen de dichte drom verregende friet-eters, die uiteraard allemaal verrast opkeken. ‘ Nee!’ riep ik, en sprong in een  taxi. Toen belde mijn moeder. ‘ Kind, wat hoor ik?’ Ik klikte haar weg. Vervolgens belden achtereenvolgens mijn broer, mijn zus, mijn tante uit Bussum, een vriendin uit den Haag, twee radioprogramma’s, de hoofdredacteur van een Amsterdams dagblad en mijn eigen huisgenoot P. ‘ Zeg’, zei hij. ‘Jij hebt toch niet, stiekem…? …écht niet?’  Opeens was ik nergens meer zeker van. Denkend aan Kafka drentelde  ik onrustig door de binnenstad.

In de Haringpakkerssteeg liep ik  tegen een voorbijschuifelende mompelaar op, zo’n vage boodschappenkarretjes-gek met klonterbaard en twee verschillende schoenen. Hij had een aangebroken pak koekjes in zijn hand, en probeerde me daarmee een klap te geven. Godverdomme….godverdomme….hijgde hij hees. De biscuitjes vlogen mij om de oren. Zaanse Kermis was het. Ik heb een hekel aan Zaanse Kermis. Maar die man  vroeg tenminste niet of ik een porno-roman had geschreven.

In elke boekhandel bleken stapels van dat vieze boek pontificaal naast mijn keurige columnbundeltje te liggen. Ik wou eigenlijk naar de Bijenkorf, maar ik durfde niet naar binnen. Dit moest ophouden. Ik nam het boek nog eens uitgebreid door, dacht diep na, overlegde eens hier en daar, verrichtte uitgebreid speurwerk op internet, combineerde, deduceerde, en uiteindelijk wist ik het: het was Marja Pruis, een gewaardeerd collega, die zich met dit werkje opeens van een heel andere, opmerkelijke kant toonde. Geen wonder dat ze anoniem wou blijven….opgelucht lichtte ik mijn vrienden in. ‘ Goh. Echt?’ zeiden ze ontgoocheld. ‘ O… trouwens, hoe is het eigenlijk met je?’

‘Slecht’ zei ik. Want ik voelde opeens een knagend gemis.  Al was het dan alleen in de Amsterdamse binnenstad, nota bene met het boek van iemand anders, ik was toch héél even een sensatie geweest, een raadsel, zelfs voor mijn eigen man.

En dat was nu onherroepelijk voorbij.