С праздником!
En voor je het weet is het alweer Sinterklaas. Wie wil weten hoe Amerikanen over de ins en outs van deze curieuze Hollandse feestdag denken, doet er verstandig aan het essay ‘ six to eight black men’ van David Sedaris te lezen, in de briljante bundel ‘Dress your family in corduroy and denim’. Geef dit boek aan iedereen met sinterklaas, dat scheelt weer in het bedenken van cadeaus, want dat is een heikel, frustrerend klusje waar de zaligheid van het schenken nauwelijks tegenop weegt. Het is ten slotte nóóit goed, iedereen heeft alles al, en de gemiddelde randstedelijke veertiger zit echt niet te wachten op vergezochte gadgets als een jodelende plastic augurk of een op de usb-port aan te sluiten pantoffelverwarmer. Wie zich in zijn wanhoop verlaagt tot het links en rechts uitdelen van boekenbonnen krijgt voor straf louter boekenbonnen terug, veelal met een hogere waarde, of juist een lagere, in beide gevallen pijnlijk, en bovendien, wat moet je met al die bonnen, want de boeken die je écht wil hebben die heb je natuurlijk al lang gekocht. Eigenlijk zou er elk jaar eind december een ploegje collectanten langs de deuren moeten gaan om al die tot verstoffen gedoemde boekenbonnen af te halen en daar de schoolbibliotheken in achterstandwijken eens flink mee te spekken: volgens mij is dat nu eens écht een goed idee.
Ik heb trouwens wel vaker goede ideen, tenminste, dat dénk ik dan. Zo gaf ik geruime tijd aan ieder jarig kind in mijn nederlandse vriendenkring een klein, felgekleurd iPodje cadeau. Dat leidde tot uiteenlopende reacties. Zo bleek dat veel kinderen al lang een ipod hádden, de verwende etters. Dat soort denkt meteen: aha, bij die tante valt wel wat te halen, dus bij de eerst volgende gelegenheid verwachtten ze minstens een laptop. Andere, minder bedorven kinderen waren zó ademstokkend blij met het iPodje dat ze me nog uren bleven vragen of ze het écht, écht mochten houden. Dat vond ik altijd zó ontroerend dat ik sterk overwoog dan ook meteen maar een laptop voor ze te kopen. In beide gevallen verwierpen de ouders van die kinderen mijn geschenk trouwens meestal, als zijnde patserige geldsmijterij. Om niet als parvenu door het leven te gaan voelde ik me dus telkens gedwongen uit te leggen dat electronica in Amerika spotgoedkoop is, zeker met de huidige dollarkoersen, waarop ze meestal meteen vroegen of ik dan de volgende keer een paar laptops voor ze mee kon nemen.
Vroeger was het makkelijker. Vlak voor de ineenstorting van de Sovjetunie kocht ik daar eens een doos vol rode, katoenen vlaggetjes die bedrukt waren met een vrolijk, felgeel hamer-en sikkeltje en de al even gele tekst: ‘S Prazdnikom!’ dat laatste betekent zoveel als ‘(gefeliciteerd) met de feestdag!’ Russen konden tegen die tijd al lang geen rood met geel meer zien, behalve dan aan de pui van mcDonalds. Maar mijn Nederlandse vrienden en kennissen waren altijd blij met zo’n sovjetvlaggetje. Ik deelde ze uit op verjaardagen, bruiloften, promoties, sinterklaas, alles dat maar enigszins voor een feestdag kon doorgaan. Jaren lang hoefde ik dus niet over cadeaus na te denken. Het waren gelukkige tijden, waar een eind aan kwam met het afscheid van het laatste vlaggetje.
Vervolgens kwam ik in Berlijn te wonen, waar ik de zelfde truc uithaalde met de, ook al rode, pionierssjaaltjes en mouwbanden met het opschrift ‘ Helfer der Volkspolizei’ . Net als de ‘S Prazdnikom!’ -vlaggetjes bezaten deze DDR-geschenken het in de vaderlandse grachtengordel zo gewaardeerde camp-appeal.
Maar nu ik in Amerika woon weet ik het écht niet meer. Die Obama-shirts hebben ze nu allemaal wel gezien in Holland, en met die Hillary-notenkraker hoef ik al helemáál niet meer aan te komen.
Misschien moet ik voor de zekerheid vast een heleboel Amerikaanse vlaggetjes inslaan. Kost zowat niks, en stel je voor dat het met de Verenigde staten nog eens net zo afloopt als met de DDR en de Sovjetunie: dan zit ik opeens weer voor járen gebeiteld.


201 Reacties