Dierendokter

De laatste keer dat ik een dierenarts bezocht was een eenmanspraktijk in een duistere Berlijnse achterkamer, gedreven door een in zichzelf pratende grijsaard met lang wapperhaar en een dito baard, die rook alsof hij ’s nachts tussen alle zieke dieren in een mand sliep. Deze dokter sloot mijn stokoude, terminaal zieke kater geregeld op heilzame infusen aan, wat de ene keer een tientje kostte en de andere keer twintig euro: dat laatste als er juist een patient was langsgeweest die te arm was om te betalen, een niet onrechtvaardige vorm van doe-het zelf communisme. Toen euthanasie onvermijdelijk werd gaf de dokter mij de benodigde gifspuit mee naar huis, gewikkeld in een oude Frankfuerter Allgemeine, want zelf kon hij, zo biechtte hij bibberig op, geen dier doden: een nobele, maar voor een dierenarts wat omslachtige levensovertuiging. Zo bracht ik mijn eigen kat om zeep, die daar trouwens rustig doorheen sliep. Ik vond het eigenlijk wel mooi.
In Moskou, jaren eerder, placht een bevriende veearts kleine operaties aan mijn katten bij mij thuis op de keukentafel uit te voeren: het bloed dweilde hij op met een oude theedoek, en complicaties behandelde hij met pillen uit de mensen-apotheek, die hij onder een post-operatief borreltje vaardig in achten sneed. Je kón daar voor harde dollars kattenvoer kopen, maar mijn huishoudster rekende eens uit dat die beesten maandelijks het salaris van een sovjet-ingenieur opaten, en zette ze voortaan geprakte aardappels voor, met soms een dode sardine. Nee, dan hebben mijn nieuwe Amerikaanse poesjes het beter voor elkaar. In de uitgestrekte diervoederafdeling van mijn supermarkt is ‘gewoon’voer nauwelijks te vinden tussen de  speciale ontbijtbrokjes gevormd als kleine gebakken eitjes en spekreepjes, ‘snack packs’ , kattendrinkyoghurtjes met tonijnsmaak en  hartvormige roze snoepjes in zakjes van precies 50 calorieen: ‘portion control’ voor de bewust etende kat. Ook is er een dieren-banketbakker  bij mij om de hoek, die ‘guilty pleasures’ voor honden verkoopt: toffees, koekjes, prachtig versierde taarten, op aanvraag tevens aangepast voor een jarig huisdier met diabetes. Zo’n verjaardag is meteen een goede gelegenheid om de horoscoop van je kat, hond of fret eens te laten trekken,  hem een zijden chaise longue cadeau te doen, kleine sportschoentjes, een halsbandje met zijn initialen in diamanten, een abonnement op sportschool ‘Jog-a-dog’,een flesje ‘Meowlot’ kattenwijn en als dat allemaal niks helpt een grafsteentje van uitvaartbedrijf ‘Heavenly Days’.
Bij het gigantische dierenimperium ‘Petsmart’ vond ik katten-bellenblaas , een buikdraagzak voor kattenbaby’s, rustgevende geurkaarsen voor nerveuze katers, kattenhaargel, diverse smaken kattentandpasta, en een compleet dierenhotel, voorzien van een TV in de lobby die slow motion-beelden van stoeierige honden uitzendt. Plus een artsenpraktijk, waar ik met mijn poesjes binnenliep voor het obligate prikje tegen kattenziekte.  De balie werd bemand door verpleegsters in met poesjes en hondjes bedrukte uniformen. Ze spraken mij tsjilpend met ‘mommy’ aan en mijn katten met ‘big boy’ respectievelijk ‘cutie-pie’, waarna ze een angstaanjagende serie ‘beslist noodzakelijke’ onderzoeken, inentingen en controles begonnen op te sommen. Voor ik het wist had ik getekend voor een ‘health plan’ a raison van 250 euro per kat. Maar dan heb je ook wat:  ‘declawing’  is bij de prijs inbegrepen, want Amerikanen zijn dól op dieren, maar trekken de grens bij een kaalgekrabd bankstel. Vandaar die even gangbare als wrede procedure waarbij het eerste vingerkootje van de kat met nagels en al wordt afgesneden. Ik koos dus liever voor de optie ‘Soft Paws’: om ieder vlijmscherp kattennageltje wordt een dun rubber beschermhoesje geschoven in twintig kleuren naar keuze. De mijne hebben lichtblauwe. Het staat ze schattig, en ze ondervinden er geen merkbare hinder van. Ten afscheid kreeg ik een soort Blije Doos mee, vol bakjes, brokjes en rammelaars. Omdat ik tóch al het gevoel had dat alles uit de hand was gelopen kocht ik voor ieder van mijn poesjes dan ook maar meteen zo’n snoezig klein halloween-costuumpje. De één gaat als heks en de ander als pompoen. Dat u het maar vast weet.