Tachtig
“Tachtig gigabyte” zei me niks, maar de aanblik van het glanzende apparaatje wekte in hoge mate mijn hebzucht op. Ik hád al een iPod, dat wel. Maar daar pasten amper tweehonderd liedjes op, wat opeens erg weinig leek. Vooruit dus, en gauw naar huis om de geile aankoop op mijn gemak overal te betasten. Daar bleek, na een blik in de bijgaande partituur, dat gigabytes hun naam dubbel en dwars waar maken: er schijnen twintigduizend liedjes in dat elegante kokertje te kunnen wonen. Schandelijke overdaad, want ik bezit maar een paar honderd Cd’s en daarvan logeert meer dan de helft permanent bij malafide derden die de terloopse lening al lang “vergeten” zijn. De rest bestaat voornamelijk uit lijzige Gooide kinderkoortjes die door gewetenloze tekstschrijvers gedwongen werden het leed van overgewicht, slechte schoolrapporten, scheidende ouders of voetwratten te bezingen, met een vrolijke kwint in de baspartij, net of dát wat helpt. Uit mijn eigen jeugd kan ik me trouwens voornamelijk een genadeloos dédain jegens “kindermuziek” herinneren: toegegeven, er bestaat een bandopname waarop ik met een veel te duidelijk gearticuleerd kakstemmetje “de heks van cirkonfleks” voordraag, maar toen was ik pas dríe. Mijn ouders bezaten toen alleen nog die bandrecorder ter grootte van een badkuip, maar wisten in daaropvolgende jaren ook de hand te leggen op een oranje pick up waarvan het deksel tevens luidspreker was, alsmede twee LP’s: “Vroeger of later” van Robert Long en “Revolver” van The Beatles. Wij kinderen draaiden die platen elke dag, om en om, met grote instemming: alleen als John Lennon wel érg gruizig begon te klinken stopten we even, om de stofvlokken van de naald te plukken. Toen we wat ouder werden kochten we zelf ook wel eens een singeltje, al was zes gulden een hele som, waar je wel drie stiekeme pakjes Javaanse Jongens voor kon kopen: lastig was bovendien dat juist die kleine plaatjes in het midden zo’ngroot gat hadden, en de bijbehorende ronde plastic “vijfenveertig toeren-adapter” altijd kwijt was, waardoor Queen en Bowie leden onder een valsig zweeftoontje. Toen ik op mijn veertiende een draagbare radio-cassetterecorder cadeau kreeg ging er dan ook een wereld voor me open. Verliefd luisterde ik naar de stem van Frits Spits, die rond het schemeruur de zaligste liedjes aan elkaar zalfde. Je hoefde maar op de knop te drukken om Santana’s “She’s not there” voorgoed op de cassette vast te leggen en avonds in bed nog eens in alle rust 23 keer af te draaien, met de nappalederen koptelefoon als kleffe divankussens tegen je oren. Aldus ontwaakten bij “Je t’aime moi non plus” en andere hitsige hits mijn eerste broeierige puberlusten. Helaas had het apparaat ook een ingebouwd microfoontje, waar mijn broertje graag misbruik van maakte: Te pas en te onpas drukte hij op de opnameknop en brulde midden in de heerlijkste hijgsolo’s keihard “RETEKONTEBILLEKAK!”, of woorden van gelijke strekking. Zo kwam ik de zwijmelfase noodgedwongen al gauw te boven, waarna ik me bekeerde tot zwartomrande artisten die bij voorkeur vóór hun twintigste crepeerden aan heroïne, Weltschmerz en andere maatschappijkritische fenomenen. “Love will tear us apart” zong Ian Curtis van Joy Division met zijn modieus-ongezellige bariton : ik had geen idee wat hij daarmee bedoelde, maar het moest het wel iets héél dieps zijn, want kort daarna knoopte hij zich op. Ook mijn cassettedekje ging trouwens kapot, net toen de eerste peperdure Compact Disks ten tonele verschenen, vergezeld van de mythe dat ze nooit konden krassen, “al zette je er een hete pan op”. Hete pannen heb ik nooit op mijn Cd’s gezet, maar toch zit het merendeel van mijn verzameling inmiddels vol tikken en hiaten. Dat bleek nog eens extra schrijnend toen ik dat mer  boire van harde-schijfgeheugen op mijn nieuwe iPod met muziek probeerde te dempen. Uiteraard wil ik op zo’nprachtig apparaatje uitsluitend muzikale perfectie. En daarom wil het downloaden niet zo vlotten. Na een uitputtende wekenlange selectieprocedure heb ik er nu ongeveer 200 liedjes op staan. Nog ruim negenenzeventig en driekwart gigabyte te gaan.

Comments are closed
Comments are currently closed on this entry.